Clublegendes
Spelers die het verhaal van Olympia kleur geven. Van onvergetelijke wedstrijden en kampioenschappen tot jarenlange betrokkenheid bij de club.
Hub Valkenberg
Een vertrouwd gezichtHub Valkenberg maakte de groei van Olympia van dichtbij mee. In 1951 trok hij met de club naar Würzburg; tien jaar later behoorde hij tot de kampioensploeg die de stap naar de derde klasse zette. De ontvangst op het Wilhelminaplein en het kampioensbal bij Plasier maakten van die titel een dorpsfeest. Ook in het eerste elftal van 1965–1966 was Hub erbij. Zo verbindt hij het Olympia van de vroege jaren vijftig met de ploeg die inmiddels op het nieuwe sportpark speelde.
André Wojtkowiak
Van het tweede naar de kampioensploegOp 9 april 1961 keek Schinveld bij RKSNE tegen een achterstand aan. André Wojtkowiak bracht de ploeg met een kopbal uit een hoekschop langszij: 1–1. Een waardevol punt in het seizoen dat met het kampioenschap zou eindigen. Voor André was het niet de eerste titel bij Olympia. In 1958–1959 behoorde hij al tot het tweede elftal dat vrijwel ongeslagen kampioen werd. Twee jaar later vierde hij het succes met het eerste, ditmaal met promotie naar de derde klasse.
Johan Janssen
Een winnende kopbal en een eerlijk gebaarJohan Janssen zorgde op 18 juni 1961 voor een bijzonder slot van het kampioensseizoen. Als invaller kopte hij tegen KEV de winnende 2–1 binnen, nadat Martin Valkenberg de achterstand had weggewerkt. Later leek Johan opnieuw te scoren. De bal was al naar het midden gebracht, maar hij gaf zelf toe dat hij hands had gemaakt. De treffer werd afgekeurd. Schinveld won ook zonder dat doelpunt en na afloop klonk vanuit de supporters: ‘Eerlijk duurt het langst.’ Een middag waarop Johan zowel met zijn spel als met zijn sportiviteit opviel.
Joop Cremers
Een seizoen vol doelpuntenEen rustige seizoensafsluiting was er voor het Olympia van Joop Cremers in 1953 niet bij. Op tweede pinksterdag won Schinveld bij Born met maar liefst 8–4. Twaalf doelpunten in één wedstrijd: het paste bij een ploeg die eerder ook Spaubeek op 7–3 had getrakteerd. Joop maakte deel uit van dit elftal uit de vroege jaren vijftig, dat de competitie met drie overwinningen op rij afsloot. Aan doelpunten en gespreksstof langs de lijn geen gebrek.
Wiel Huting
De treffer die het feest inluiddeMet nog acht minuten te spelen stond het op 10 juni 1961 nog altijd 2–2 tegen De Leeuw. Toen kwam Wiel Huting. Uit een vrije trap van Jo Kuijpers maakte hij de beslissende 3–2, waarna Schinveld het kampioenschap vierde. Voor die wedstrijd was Olympia uitgeweken naar het RKBSV-terrein in Brunssum, maar het feest keerde terug naar het eigen dorp. Op het Wilhelminaplein wachtte de ploeg een massale ontvangst. Wiels late treffer werd zo een van de grote momenten van dat kampioensjaar.
Herman Valkenberg
Van het doel naar de jeugdNa de 3–2 tegen De Leeuw in juni 1961 ging Herman Valkenberg op de schouders van de supporters. De doelman mocht het kampioensfeest even van bovenaf beleven. Ook buiten zo’n feestmiddag viel zijn werk op: bij de 0–0 tegen Laura in 1958 kreeg hij in het wedstrijdverslag nadrukkelijk lof voor zijn keeperswerk. Zijn betrokkenheid reikte bovendien verder dan het eigen doel. In 1965–1966 maakte Herman deel uit van het eerste elftal en trainde hij ook de A-jeugd: ervaring die direct bij een volgende generatie terechtkwam.
Martin Valkenberg
Een afstandsschot op het juiste momentHet kampioensfeest was al gevierd, maar door een protestkwestie rond KEV kreeg de laatste competitiewedstrijd op 18 juni 1961 toch extra lading. Schinveld kwam achter en had twintig minuten voor tijd nog niet gescoord. Martin Valkenberg bracht de ommekeer met een hard schot van afstand. Zijn gelijkmaker maakte de weg vrij voor de uiteindelijke 2–1. Na afloop werd de ploeg voor de tweede keer gehuldigd. Martin had op precies het juiste moment toegeslagen.
